Ik heb een les godsdienst mogen volgen in het eerste leerjaar. Het thema was Allerheiligen. Doorheen de les kon ik de vijf geboden van goed godsdienstonderwijs terugvinden.
Het eerste gebod:
Verken met de kinderen de levensbeschouwelijke dimensie van het leven.
Naar aanloop van 1 november wordt het thema Allerheiligen en meer specifiek 'dood' besproken. Doorheen de ganse week zal dit thema op verschillende manieren aangehaald worden. Er wordt gesproken over de dood, over verlies, verdriet en het begraven worden.
Het tweede gebod:
wek daarbij hun belangstelling voor elementen van christelijk geloven (tradities).
Er wordt een verhaal verteld over een poes die kleine poesjes op de wereld brengt. Eén van de poesjes wordt dood geboren en het meisje in het verhaal heeft hier erg veel verdriet door. Samen met haar mama en haar broertje gaan ze het poesje in een doos leggen en in de tuin begraven. Er wordt een houten kruis gemaakt voor op de grond te leggen. En samen gaan ze bloemen plukken voor op het graf van het poesje te leggen. Later in het verhaal sterft er nog een poesje. Dit poesje wordt bij het andere gelegd en er wordt nu een bloem met schelpen gemaakt omdat de vorige bloemen waren verwelkt. Ze gingen ook samen een liedje voor de poezen zingen.
De tradities begraven, bloemen leggen en een kruis op het graf komen in het verhaal voor. De thema's dood en verdriet worden belicht.
Het derde gebod:
Geef de kinderen kansen om zelf actief te leren, te verkennen, na te denken, te ontdekken,...
Het verhaal wordt eerst door de kinderen naverteld. Hierdoor kun je verschillende vragen nagaan, zoals: "Wat hebben ze onthouden? Wat herkennen ze? Wat heeft hun aangesproken of geraakt?...".
Er wordt ook de vraag gesteld of zij al een dier hebben verloren en wat ze toen gedaan hebben. Dan wordt het breder getrokken en gaat het niet meer over dieren maar over familieleden. Is er iemand gestorven van jouw familie of iemand die jij kent? Wat heb je toen gedaan?...
Het vierde gebod:
Maar verscheidenheid binnen en buiten de klas zichtbaar en relevant voor het leren.
In de loop van de week gaat de juffrouw samen met de kinderen naar het kerkhof.
het vijfde gebod:
Bied de kinderen de ruimte om hun eigenheid als mens en gelovige te vinden, te uiten, te beleven, te vieren ook.
De kinderen krijgen de ruimte en de tijd om te vertellen over familieleden die zij verloren hebben, wat ze toen hebben gedaan, wat ze toen voelden, of ze die missen, wat ze missen,..
Op een werkblad mogen ze een tekening maken van een persoon of dier die is gestorven en die ze missen.
De visie van het leerplan kun je ook doorheen de les terugvinden. De kinderen worden gestimuleerd om te groeien en hun te verdiepen op levensbeschouwelijk en religieus vlak. Het gebeurt in een communicatieproces waarbij ieder zijn eigen inbreng heeft. Elk kind zal iets anders meenemen uit de lessen en integreren in hun leven. De leerkracht wekt interesse en aandacht voor gebeurtenissen en vragen zodat kinderen kunnen groei als mens en kunnen bouwen aan hun eigen identiteit. Er wordt kennisgemaakt met het christendom en zijn tradies.