donderdag 31 december 2009

Omwille van mijn persoonlijke religieuze en levensbeschouwelijke groei en verworven inzichten heb ik nog wat opdrachten, die ik in de loop van het trimester had gemaakt, aangepast en herschreven.

God?!

Deze godsdienstlessen heb ik ervaren als een tegenkomen van mezelf en het zien van die grote nood aan duidelijkheid. In de eerste les moesten we de zin aanvullen 'godsdienst en ik...' en ik kon hier niets anders invullen dan een vraagteken.
Mijn geloven heeft al een hele weg afgelegd door vallen en opstaan, door geloven en niet geloven. Ik concludeerde dan ook dat ik een niet-gelovige was want je hoort niet vaak mensen hardop twijfelen over hun geloof. Dankzij de godsdienstlessen of dankzij de engel van het licht weet ik nu dat ik mag twijfelen, dat ik mag blijven in vraag stellen en dat ik mag blijven zoeken. Samen zoeken met de kinderen is ook een onderdeel van de visie van godsdienstonderricht. Ik heb de stabiliteit nu bereikt maar toch wil ik samen met de kinderen op zoek gaan naar Zijn woord.
De ommekeer is voor mij gekomen door de uitleg over de symbooltaal. Deze taal zijn ze mij vergeten uit te leggen in mijn schoolloopbaan geloof ik. Ik geloof niet in Jezus die een blinde weer kon laten zien of een lamme weer kon laten lopen. Dus ik kon me ook niet vinden in de lessen die ik kreeg in het onderwijs want daar moesten we net geloven in Jezus die wonderen kon. Ik geloof ook dat Jezus wonderen kon doen maar wonderen zoals mensen helpen door hun kracht te leren scheppen vanuit hun geloof in God. Ik geloof in Jezus de boodschapper van het woord van God. Ik geloof in een man die zoveel goeds heeft gedaan en zoveel kracht aan de mensen heeft gegeven waardoor er zoveel jaren later nog over hem gepraat wordt. Ik geloof in Zijn bestaan, in Zijn goedheid en ik voel Hem altijd en overal. God is voor mij een gids en een steunfiguur door dit leven en voor het eerst durf ik hier ook voor open te staan en uit te komen.
Nu kan ik wel op de vraag uit de allereerste les antwoorden, namelijk: " Ik sta positief ten opzichte van godsdienst vanuit een persoonlijke geloofsovertuiging.". Godsdienst is het bewust worden van, het geloven in en het voelen van God.

zondag 20 december 2009

opdracht 3: Thomas webpagina

Als je eenmaal de opbouw doorhebt van de pagina is het wel een nuttige website waarbij je als leerkracht maar ook als persoon heel wat zaken uit kunt halen. Het verbaast me eigenlijk dat er zoveel mensen antwoorden op vragen die je daar post. En het zijn niet zomaar wat antwoorden, het zijn erg diepe antwoorden. Bijvoorbeeld: er vroeg een meisje hoe Jezus ons vandaag van onze zonden vergeeft en die meneer antwoordt daar op een erg diepe en zinvolle manier op. Ondanks dat het mijn vraag niet was, haalde ik daar zelf wel heel wat informatie uit. Het is boeiend om te lezen dat heel wat mensen met dezelfde vragen zitten en dat er heel wat mensen nog de tijd nemen om hierop een antwoord te geven.
Ook leerkachten stellen hier vragen over extra tips wat ze in lessen kunnen gebruiken.
Ik ga zeker de tijd nemen om deze website nog eens verder uit te pluizen en misschien kan ik hier met mijn vragen ook wel terecht.

Opdracht 4: een leerplanontwerp lezen in het leerplan.

Ik heb gekozen voor het onderwerp: Vergeving en verzoening pg 138-141.
Voor mij hoort dit thema zeker bij de tijd van Kerstmis. De tijd om elkaar te vergeven en weer te verzoenen. Het is ook een thema dat zeker centraal staat over de hele wereld omdat er zoveel oorlog en conflicten zijn. Het is voor mij een belangrijk onderwerp dat we de kinderen moet meegeven zodat ze leren te vergeven en leren te verzoenen.
Het is een thema uit de tweede cyclus van het lager onderwijs. In de tweede cyclus staat de verbondenheid met anderen centraal. De manier hoe Jezus omgaat met de mensen staat model voor hoe wij kunnen omgaan met anderen en God. De kinderen worden verondersteld te groeien in symboolgevoeligheid.

Component:
A.Vanuit fundamentele bestaanscondities
A.1 Vertrouwen versus wantrouwen
Vergeving en Verzoening

Bijlage en krachtlijnen
In de bijlage staan de Bijbelverhalen die gelezen kunnen worden in het kader van dit thema: Het zijn erg veel verhalen die in aanmerking komen om te lezen binnen dit onderwerp. Namelijk:
Kaïn en Abel
De regenboog in het zondvloedverhaal
De verzoening tussen Jozef en zijn broers
Jona
70 maal 7 maal vergeven
de lamme, gedragen door vier vrienden
de zondige vrouw

Bedenkingen en reflecties:
De doelstellingen zijn:
Kinderen ontdekken wat vergeving en verzoening in de Bijbel inhouden
Kinderen ontdekken hoe christenen vergeving en verzoening beleven en uitdrukken
Kinderen voelen aan en begrijpen wat vergeving is
Kinderen voelen aan en begrijpen wat verzoening is

Ik vind het een zeer krachtig en hedendaags onderwerp waarbij je op een heel uitgebreide manier met kinderen aan de slag kan gaan. Je kan enerzijds al die verhalen van en over Jezus met de kinderen lezen en daarbij ook de link leggen naar het verhaal achter de symbooltaal maar zeker ook betrekken tot hun leven. Zij hebben zeker ook al eens ruzie gemaakt met een ander kind of binnen hun familie is er misschien wel ruzie.
Het is zinvol om de kinderen het onderscheid tussen vergeven en vergeten aan te leren. Soms is het moeilijk om iets te vergeten maar dat hoeft ook niet onmiddellijk. Je kan iemand vlug vergeven maar vergeten heeft misschien wat meer tijd nodig. Of wat is precies vergeven? Kinderen worden al snel het woord 'sorry' aangeleerd maar wat is dit precies? En wat bedoel je daarmee als je dit zegt? En zeker wat betekent verzoening? Wanneer verzoen je je met iemand en wat houdt dit in? Misschien is dit voor kinderen niet zo voor de hand liggend al we wel denken. Volgens mij kan je zelfs het onderwerp pesten binnen deze lessen aanhalen.
Het zijn ook zeer mooie verhalen die binnen dit onderwerp aangehaald kunnen worden. Ze zijn zeer zinvol om kinderen te leren omgaan met de symbooltaal en groeien in de symbooltaal. Wat betekenen de symbool en hoe moeten we ze interpreteren. Het kan kinderen aan het denken zetten en hun de verhalen helpen interpreteren.

Voor mij is het een onderwerp dat zeker leeft bij de kinderen , het kan hun aanspreken en het is een zeer zinvol en actueel onderwerp. Je kan dit erg uitgebreid aanpakken met betrekking tot hunzelf maar zeker ook Jezus zijn vergeving laten voelen. Kinderen ervaren hoe Jezus omging met vergeving en kunnen zich hieraan spiegelen of uit leren.

Opdracht 5: Godsdienstles observeren

Het verhaal: De 12-jarige Jezus in de tempel

De stappen die in de les gezet worden:

Verkennen:
De meester vertelt het verhaal van de twaalfjarige Jeus in de tempel.

Verwerken:
Hij laat de prenten zien die bij het verhaal horen en stelt vragen aan de kinderen over het verhaal. Zoals bijvoorbeeld: waar gingen Jezus en zijn ouders naartoe?, Waarom waren Jozef en Maria zo ongerust?, Heeft Jezus twee vaders?,…

Verdiepen:
Dan vraagt de meester aan de kinderen of iemand al eens aan de hand heeft gehad dat hij mama of papa plotseling kwijt was en hoe ze zich toen voelden. De kinderen mogen hardop antwoorden op deze vragen.
Na die vragen mogen ze op hun werkblad een situatie tekenen waarin hun ouders eens ongerust waren over hun toen ze hun niet meer vonden.

De doelstellingen zijn:
de kinderen ontdekken hoe ouders in verschillende culturen met kleine kinderen omgaan
de kinderen maken kennis met Jezus, die als kind opgegroeid is in Zijn eigen cultuur en omgeving en Zijn leven zag als een opdracht van God, Zijn Vader.

De handleiding die gebruikt worden op mijn werkplek is de ‘tuin van heden’.

Onderscheid in sfeer:
Er is een duidelijk onderscheid tussen de sfeer in een godsdienstles en de sfeer in een reken- of taalles omdat de kinderen losser zijn en de meester meer geroezemoes toelaat. Toch is er weinig onderscheid in sfeer omdat er voor de rest niet veel veranderd. Er wordt niets gedaan om de sfeer gezelliger of intiemer te maken tijdens de godsdienstles.
De meester begint aan het onderwerp en volgt het leerplan waardoor er weinig ingepikt wordt waarover het echt gaat. Er is weinig ruimte tot verdieping. Het doet me een beetje denken aan mijn godsdienstlessen die ik me nog herinner van school. Dat was meer een speeluurtje dan een lesuurtje. De kinderen pikken wel in op elkaars verhalen waardoor er toch een soort van verbondenheid ontstaat tussen hen.
In een wo-les is de sfeer ook losser dan in een rekenles maar er wordt meer aan verdieping gedaan en meer afgeweken van het leerplan.

Betrokkenheid:
Als het verhaal van de twaalfjarige Jezus wordt voorgelezen dan zijn de kinderen minder betrokken en zijn ze meer met elkaar bezig dan dat ze aan het luisteren zijn. Achteraf laat de meester de prenten pas zien die bij het verhaal horen. De kinderen zijn wel meer betrokken bij de les als die prenten getoond worden. Als ze dan zelf een moment mogen tekenen wanneer hun ouders eens ongerust waren omdat ze hun niet meer vonden dan is de betrokkenheid het grootst. Dit vinden ze heel erg fijn.
Bij een andere les ging het over het onderwerp geboorte en er was net een zusje van iemand geboren. Toen het kind daarover vertelde was de hele klas ook erg geboeid. De kinderen vinden het meer boeiend als het naar hun leefwereld betrokken wordt.

Levensvragen:
Tijdens de les van de twaalfjarige Jezus in de tempel werden er geen levensvragen gesteld. De meester zegt zelf dat dit binnen deze klas weinig gebeurt. Misschien komt dit ook doordat de meester enkel godsdienst geeft en de juffrouw alle andere vakken, zodat de meester niet veel in de klas is. Of misschien krijgen de kinderen niet genoeg tijd om erover na te denken en nog vragen te stellen.
In de les over geboorte werd er wel een vraag gesteld toen het kind aan het vertellen was over zijn zusje, namelijk: “ Waar komen de kindjes vandaan?” en “Hoe komen ze uit de buik?”.

Component:
Er wordt vooral aan de component ‘Verkennen van geloofstaal en groeien in en openkomen voor symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen’gewerkt. Het verhaal ‘de twaalfjarige Jezus in de tempel’ komt uit de verhalenreeks uit de Bijbel en het is een verhaal over Jezus. Dit verhaal kan ook geplaatst worden in het schema van Liturgisch en pastoraal jaar.

Opdracht 3: Naomi

Naomi is een geloofstijdschrift voor kinderen van 4 jaar tot 7 jaar. Het doet me een beetje denken aan het zonneland boekje van vroeger maar dan meer gericht op geloof. Het jaarthema wordt bepaald door de bisschoppen en hierop worden verder subthema’s gemaakt die geheel aangepast zijn aan het niveau van de kinderen. Aan de hand van zo een subthema wordt er een verhaal verteld over een hedendaagse situatie en dan wordt daaraan een verhaal van Jezus gekoppeld. Omdat het op het niveau van de kinderen is leren ze linken leggen tussen wat Jezus deed en wat wij nog steeds doen. In mijn boekje ging het over de thema’s: “goed nieuws, slecht nieuws, wil je mijn vriend zijn en alles goed”?. Ik denk dat dit ook wel thema’s zijn waar kinderen mee bezig zijn. Bijvoorbeeld: ik merk in mijn klas (het eerste leerjaar) dat de drie meisjes soms echt bezig zijn met wie die dag hun vriendje is want die gaan ze een hand geven en mee spelen. In het boekje staat dan dat je meer vrienden kunt hebben en dat Jezus ook heel veel vrienden nog had buiten zijn 12 vrienden.
Het is wel boeiend om godsdienst ook op een andere manier in de klas te brengen zonder het leerplan te volgen. Sommige thema’s sluiten ook aan bij het leerplan. Op mijn werkplek waren we laatst bezig over de geboorte en dit komt ook terug in één van de boekjes van Naomi dat ik gelezen heb. Er zullen nog wel meer thema’s zijn die aansluiten bij het leerplan. Het boekje is voor de leerkracht dan een middel om het thema nog meer uit te diepen, meer verhalen te lezen of meer de link te leggen naar Jezus. Ook de bijlage (Naomi Plus) geeft de leerkracht goede richtlijnen hoe deze hiermee dieper kan werken en wat deze met de kinderen nog allemaal kan doen. Het bevat zowel verhalen waarrond gewerkt kan worden als boeiende doe-opdrachten
Hier kunnen zelfs de ouders bij betrokken worden in de thuissituatie. Ik vind het boekje op zich heel mooi en ook de prenten zijn erg mooi en kleurrijk. Dit zal zeker heel veel kinderen aanspreken. Als leerkracht zou ik het zelf gebruiken in mijn godsdienstlessen omdat ik ervaar dat er teveel gehouden wordt aan het leerplan en de kinderen eigenlijk te weinig de essentie snappen. Thema’s kunnen meer uitgediept worden en er kan meer de link gelegd worden met Jezus. Ik denk dat godsdienst voor de kinderen op die manier ook boeiender wordt.

God leeft!?!

Als achtergrondinformatie moet ik meegeven dat ik werk als ergotherapeute bij jongeren met een psychotische stoornis. De leeftijden binnen de groep variëren van 18tot 25 jaar.

Gisteren hadden we besloten om even de stad in te gaan om naar de kerstmarkt te gaan kijken. Al die muziek, zo vele lichtjes en zoveel lawaai zijn erg veel prikkels voor die jongeren en ze worden daar erg opgejaagd, uitgelaten en rumoerig van. Plots vroeg één van de jongeren of we eens in de kerk een kijkje gingen nemen en misschien een kaarsje konden gaan branden. Tegen mijn verwachting in vonden ze dat allemaal een goed idee.
We liepen de deur binnen van de kerk en plots was het stil. De stilte was oorverdovend. Dit had ik bij deze groep nog nooit meegemaakt. Mijn verbazing was erg groot. Ze maakten allemaal een kruisje en sommige leenden geld van elkaar om een kaarsje te laten branden. De één ging bij het beeld van Maria staan, de ander bij het beeld van Jezus. Ze lieten elkaar met rust en de stilte bleef. Ieder op zijn tempo verliet de kerk en zelfs buiten duurde de stilte nog even door. Er werd geen woord gewisseld over wat iemand in de kerk had gedaan. Eenmaal terug op de kerstmarkt waren mijn jongeren weer zo uitgelaten en druk zoals ze altijd zijn.

Zeggen we niet altijd dat het geloof verdwijnt? Dat de jongeren niet meer gelovig zijn? Dit was voor mij een voorbeeld dat, ondanks dat er nooit een woord gevoerd wordt over God binnen de groep, God nog steeds een enorme invloed heeft op jong en oud. Ook deze jongeren bidden tot God voor steun en voor hulp want die kunnen ze wel gebruiken. De stilte was een stilte uit respect voor God. Het respect wat ze voor heel veel mensen niet hebben of niet tonen maar wel tonen voor God. Dit getuigt voor mij dat God nog steeds leeft onder de jongeren. Dat jongeren wel nog geloven in God!

maandag 7 december 2009

Herinneren- Erkennen- Herkennen

Gisteren zijn we tegen heel wat familie gaan vertellen dat wij gaan trouwen in september. Omdat mijn oma longkanker heeft, was dit een erg emotioneel moment voor velen. Iedereen hoopt natuurlijk dat zij er nog bij mag zijn op onze trouwdag en zeiden dit ook hardop.
Mijn oma is een erg gelovige vrouw die heel veel steun in haar geloof vindt. Zij was de enige die niet zei dat ze hoopte dat ze tegen dan nog leefde. Ze was gewoon heel erg blij voor ons. Toen we alleen waren vroeg ik haar waarom zij net als enige die vraag niet stelde. Ze heeft mij geantwoord dat ze wel de kracht zal krijgen van Hem om in september bij ons te zijn, op welke manier dan ook. Ik begreep haar.

Zij vindt haar kracht en haar steun bij God. Zij is de enige die niet bang is voor de dood want ze gaat naar de hemel en naar haar overleden zoon. Is dit geloof? Als dit geloof is dan raakt me dit tot het diepste van mijn hart. Als iedereen zoveel kracht kan putten uit geloof dan moet iedereen geloven want dit maakt het leven de moeite waard. Ik geloof ook dat zij naar God gaat in de hemel, naar mijn opa, naar mijn nonk en dat Hij erg goed voor haar gaat zorgen want ze heeft een ontzettend zuiver hart. Het verdriet blijft erg groot maar diep in mijn hart voel ik toch troost omdat ze naar Hem gaat. Het is moeilijk te beschrijven maar het is zo een warm gevoel dat je geruststelt. Het maakt me blij en sterker dat zij er zeker gaat bij zijn als wij daar voor het altaar staan, op welke manier dan ook. En niet alleen dan, ik voel mijn opa nog steeds rondom mij in de kleinste dingen. Ondanks wat anderen rondom mij zeggen, is dit wat ik voel en wat ik geloof.

opdracht 1: De kinderbijbel: Koning op een ezel van Nico Ter Linden

Als opdracht moesten we een kinderbijbel lezen en ik heb gekozen voor de kinderbijbel Koning op een ezel van Nico ter Linden. Het is een prachtig geschreven boek waarin Matteüs en Lucas je meeneemt in de avonturen van Jezus en je gidst in de verhaaltaal. De gesprekken tussen Lucas en Matteüs zijn heel hedendaags en op verstaanbaar niveau, ze gebruiken zelfs af en toe 'hip' taalgebruik. De woordkeuze is werkelijk afgestemd op het kind.

In het voorwoord maakt Nico Ter Linden al heel erg duidelijk wat er juist verstaan wordt onder de verhaaltaal. Een heel concreet voorbeeld is: "jouw moeder is een engel!". Dit wil zeggen dat je moeder erg lief is maar natuurlijk niet letterlijk een engel is. Ik denk dat dit voorbeeld de kinderen het verschil al duidelijk maakt tussen iets letterlijk of iets figuurlijk opnemen.

In de bijbel besluiten Matteüs en Lucas om het verhaal van Jezus te gaan opschrijven. Ze willen de herinnering aan Jezus levend houden. Ze schrijven terwijl ze van Emmaüs naar Jeruzalem trekken. Enerzijds vertellen ze tegen elkaar wat ze zich herinneren van wat Jezus gezegd heeft, gedaan heeft, verteld heeft en vervolgens schrijven ze er een verhaal over in verhaaltaal. Nico Ter Linden ontrafelt de symbolen waardoor het voor de kinderen heel gemakkelijk is om de link te leggen en het verhaal te begrijpen. Bijvoorbeeld: in het verhaal wandelen over het water zegt Matteüs: " maar zullen de mensen niet denken dat Jezus echt over het water liep?", " Welnee", antwoordt Lucas dan,"het gaat er om dat ze net als wij geloven dat God sterker is dan de dood.".
Ook doordat de kinderen de verhalen achter elkaar lezen, worden de symbolen erg duidelijk. Zelfs de gebruikte symbolen worden uitgelegd. Bijvoorbeeld: Jezus houdt een toespraak op een berg. De berg staat symbool voor den hoge, de woorden van God.

Niet alleen vind ik het mooi dat de symboliek zo duidelijk is uitgelegd maar je wordt echt meegenomen op avontuur en je komt terecht in hun verhaal. Jezus wordt ook heel erg menselijk voorgesteld met gevoelens zoals boos, moe, droef,... Het schetst een beeld van Jezus als een gewone man en niet als Jezus de man die wonderen deed zoals hij mij altijd is voorgesteld. Er zit ook spanning en gruwel in het verhaal zodat het allemaal erg boeiend blijft.

Er wordt ook niet strikt aan de verhalen gehouden. Nico Ter Linden brengt het verhaal zoals het verstaanbaar is voor het kind en niet zoals het in de kerk altijd wordt gebracht. Dit maakt het kind ook wel duidelijk dat het gaat om de symboliek wat erachter zit en niet louter om het verhaal zelf. Bijvoorbeeld: in het geboorteverhaal van Matteüs wordt Jezus thuis geboren en niet in een stal.

Op het einde van het verhaal wordt ook vaak een open vraag gesteld waar geen antwoord op gegeven wordt in het boek. Dit geeft ruimte aan de kinderen om er zelf over na te denken, er zelf invulling aan te geven en er eventueel met hun ouders over te praten. Bijvoorbeeld: Waarom komen de herders als eerste het kindje begroeten?

Wat ik zelf een heel mooi fragment vond was in het verhaal 'de roeping van de discipelen'. Jezus zegt:"Ik ben visser van mensen. Mensen die door de hoge golven van het leven worden overspoeld, die kopje onder dreigen te gaan, ik vis ze op uit het water van de dood zodat ze weer vrij en opgelucht kunnen ademhalen."

Persoonlijk heb ik ervan genoten om dit boek te lezen. Ik moet eerlijk toegeven dat voor mij een nieuwe wereld openging en heel veel symboliek duidelijk werd. Ik had het zelf nooit zo bekeken of erover nagedacht. Ik heb enkel de verhalen gehoord zoals iedereen ze kent en ze in school verteld worden maar als ik deze verhalen als kind gehoord had dan had ik misschien anders tegenover godsdient gestaan en ik denk veel anderen met mij. Naar mijn gevoel zouden zulke boeken verplicht moeten worden om in het onderwijs te gebruiken.
Ik ga dit boek zeker nog eens opnieuw lezen want er werden mij opeens heel veel dingen duidelijk. Ik geloof niet in een man die wonderen deed maar ik geloof wel in Jezus die in dit verhaal wordt beschreven. Ik wil dit boek zeker nog eens opnieuw lezen want ik wil deze Jezus beter leren kennen. Dit boek is een echte aanrader voor jong en oud!

zondag 6 december 2009

Gods telefoon, een gedicht voor kinderen

Gods telefoon
Ik weet niet of 't U bekend is
dat er een telefoon bestaat,
die draadloos vanaf deze aarde,
rechtstreeks ten hemel gaat.

Want gaat U op de knieën,
dan gaat daar ginds de bel,
en kunt U rustig spreken,
God hoort Uw stem dan wel.
U zult het ras bemerken:
de lijn is altijd vrij.
'U bent verkeerd verbonden'
is er bij God niet bij.

Misschien zijn door Uw niet geloven,
contacten stuk gegaan,
of hebt U lang het toestel,
verlaten laten staan.

Uw hart is hier het toestel,
dus kost 't U geen voorbereiding,
op ieder tijdstip van de dag,
gebruik te maken van de leiding.

God wil beslist wel naar U horen,
nooit zegt Hij: 'Maak het kort',
Hij blijft wel aan het toestel,
totdat g'Uw hart hebt uitgestort.

Zoals een vader met zijn kind spreekt,
zo luistert Hij met open oor,
God wil steeds voor zijn kind het beste
daar is Hij vader voor.

Dus controleer maar eens Uw toestel,
en maak het storingvrij,
Uw vader in de hemel,
is dan ontzaglijk blij.

Elohim.

Mijn verhaal

Eigenlijk vallen de lessen Godsdienst me wel erg zwaar omdat ik weer geconfronteerd word met die twijfel, mijn grote twijfel maar ook met mijn zoeken naar antwoorden.

Ik ben opgegroeid in een gelovige familie. Er werd niet veel over Jezus of God gepraat maar er waren toch altijd die kleine dingen waardoor ik wist dat mijn ouders wel geloofden. Bijvoorbeeld, elke avond kregen mijn broer en ik een kruisje op ons voorhoofd om ons te beschermen, of er brandde altijd een kaars in de living. Het zijn maar kleine dingen maar toch wist ik dat mama daar veel mee bezig was. Ik heb zelf ook altijd geloofd. Ik bidde 's avonds in mijn bed voor het slapengaan en ik was af en toe zelfs bang dat Hij mijn kattekwaad kon zien en dat ik ging gestraft worden. Zelf heb ik er nooit echt met mijn ouders over gepraat omdat ik ook niet twijfelde aan het bestaan of niet bestaan van God.
De ommekeer is er dan ook gekomen in het middelbaar onderwijs. Doorheen de jaren werden de godsdienst lessen een hel. Van een non, tot een broeder, tot een gewone lerares en tot slot een pastoor. Ik had er gewoonweg een hekel aan. Er was geen ruimte voor een eigen zoeken of ruimte voor uw eigen invulling. Hun waarden en normen werden erin geduwd.De ene zei dit, de andere dat en we moesten het maar allemaal pikken. De topper van alle leerkrachten was toch wel de nieuwe pastoor die zei dat je alles letterlijk moest naleven, dat je alles letterlijk nemen wat er geschreven stond, dat je moest luisteren! Na het vierde middelbaar had ik een echte hekel aan het vak godsdienst. Ik geloofde in niks meer en het boeide me ook niet meer.
Tot augustus 1999. Op 9 augustus 1999 heb ik mijn grootste vriend, mijn grootste held en mijn liefste opa verloren ten gevolge van een hersenbloeding. Hij heeft gevochten om te overleven maar het mocht niet meer zijn. Op de een of andere manier heeft hij de kracht nog gehad om te vechten tot de hele familie van overal was gekomen om afscheid te nemen. Hij heeft nog 10 dagen geleefd, net zolang als de noveenkaars die langs hem stond te branden. De vlam van de noveenkaars is tegelijk met zijn lichtje uitgegaan. Mijn verdriet was zo groot! Ik wou niet aanvaarden dat hij dood was. Hij moest ergens zijn. Hij moest daarboven zijn, naar mij staan te kijken, over mij te waken. Het moest! Ik moest terug geloven dat er meer was dan deze aarde. Ik wou graag geloven dat er meer was dan dit en dat hij daar was, veilig, gelukkig en wachtende op ons. Voor zijn afscheidsmis heb ik een lied mogen kiezen. En ik heb een lied gekozen waarvan ik een link heb toegevoegd. Het lied van Josh Groban heet 'to where you are' en het beschrijft wat ik voelde en hoopte en nog steeds voel en hoop.
http://www.youtube.com/watch?v=-uIQp9Dqcrw

Nu zitten we ondertussen weer tien jaar verder en ik heb nog steeds veel vragen en geen antwoorden, maar ik ben nog steeds overtuigd dat mijn opa op een goede plaats is en voor me zorgt op zijn manier. Ik weet dat hij bij mij is! Het verdriet en het gemis is nog steeds erg groot maar dit geloof maakt het draaglijk! Ik voel hem nog steeds bij mij.

Ark van Noah

Omwille van de film 2012 ben ik op zoek gegaan naar het verhaal van de Ark van Noah om het verhaal nog eens door te lezen. Ik ben gestoten op dit filmpje en ik vind het verhaal wel op een originele manier voorgesteld. Kijk eens mee!

http://www.youtube.com/watch?v=1TWhmhk3a6g

Jezus veroordeelt niemand!

Een mooi verhaal dat ook beschreven staat in de kinderbijbel 'koning op een Ezel' van Nico ter Linden.

http://www.youtube.com/watch?v=R5eq5f77AGs

Film 2012

Gisteren ben ik naar de cinema geweest om de film 2012 te gaan kijken. De film gaat over een dreigende acopalyps.

De staatshoofden hebben een plan uitgewerkt om zoveel mogelijk van de mensheid te redden, maar jammer genoeg kan niet iedereen gered worden. Dit naar aanleiding van de bevestiging door een befaamd team van wetenschappers in 2009 dat de wereld zoals wij hem kennen, weldra zou verdwijnen. Wanneer Jackson Curtis en zijn twee kinderen een familietrip naar Yellowstone maken, stuiten ze heel toevallig op een enorme researchinstallatie in een uitgedroogde meerbodem en ontdekken zo het geheim van de dreigende apocalyps die de regering verborgen gehouden heeft. Jackson moet de zaken nu in eigen handen nemen en hij stort zich in een wanhopige wedloop om zijn gezin en zichzelf te redden terwijl hij getuige is van aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, tsunami’s en allerlei andere rampen die de aarde voor de mensheid in petto heeft...

De rode draad doorheen de film vond ik dat mensen voortdurend zaten de bidden, in elk werelddeel, elk volk, elk geloof, elk persoon,... op zijn manier. Mensen bidden als ze bang zijn, als er gevaar dreigt en als ze steun nodig hebben. Dan komt het geloof boven bij iedereen en het zorgt ervoor dat iedereen steun zoekt bij elkaar en bij God.
Ook de oplossing was geïnspireerd op een verhaal uit de Bijbel. Ze bouwen een 'ark van Noah' waarin mensen en dieren veilig zijn om naar de nieuwe wereld te gaan. Het enige verschil met het religieuze verhaal is dat God Noach en zijn vrouw en kinderen spaart omdat zij rechtvaardig zijn en goed voor iedereen zorgen. In het verhaal worden enkel de rijke mensen die zich een ticket kunnen veroorloven gespaard.

Ik vond het een mooie film omdat er zoveel oog was voor wat iedereen deed als ze wisten dat ze niet meer lang te leven hadden. Het draaide niet alleen om de rampen die er gebeurden maar ook om wat er zich bij de mensen afspeelden. Wat ze deden als hun einde naderde. Ik vond het een waarheidsgetrouwe film omdat de mensen die rijk zijn vaak meer kansen krijgen dan de mensen die armer zijn maar misschien wel rechtvaardiger. Er zit zeker moraal in de film.

zondag 8 november 2009

opdracht 2: een les godsdienst in het eerste leerjaar

Ik heb een les godsdienst mogen volgen in het eerste leerjaar. Het thema was Allerheiligen. Doorheen de les kon ik de vijf geboden van goed godsdienstonderwijs terugvinden.

Het eerste gebod:
Verken met de kinderen de levensbeschouwelijke dimensie van het leven.
Naar aanloop van 1 november wordt het thema Allerheiligen en meer specifiek 'dood' besproken. Doorheen de ganse week zal dit thema op verschillende manieren aangehaald worden. Er wordt gesproken over de dood, over verlies, verdriet en het begraven worden.

Het tweede gebod:
wek daarbij hun belangstelling voor elementen van christelijk geloven (tradities).
Er wordt een verhaal verteld over een poes die kleine poesjes op de wereld brengt. Eén van de poesjes wordt dood geboren en het meisje in het verhaal heeft hier erg veel verdriet door. Samen met haar mama en haar broertje gaan ze het poesje in een doos leggen en in de tuin begraven. Er wordt een houten kruis gemaakt voor op de grond te leggen. En samen gaan ze bloemen plukken voor op het graf van het poesje te leggen. Later in het verhaal sterft er nog een poesje. Dit poesje wordt bij het andere gelegd en er wordt nu een bloem met schelpen gemaakt omdat de vorige bloemen waren verwelkt. Ze gingen ook samen een liedje voor de poezen zingen.
De tradities begraven, bloemen leggen en een kruis op het graf komen in het verhaal voor. De thema's dood en verdriet worden belicht.

Het derde gebod:
Geef de kinderen kansen om zelf actief te leren, te verkennen, na te denken, te ontdekken,...
Het verhaal wordt eerst door de kinderen naverteld. Hierdoor kun je verschillende vragen nagaan, zoals: "Wat hebben ze onthouden? Wat herkennen ze? Wat heeft hun aangesproken of geraakt?...".
Er wordt ook de vraag gesteld of zij al een dier hebben verloren en wat ze toen gedaan hebben. Dan wordt het breder getrokken en gaat het niet meer over dieren maar over familieleden. Is er iemand gestorven van jouw familie of iemand die jij kent? Wat heb je toen gedaan?...

Het vierde gebod:
Maar verscheidenheid binnen en buiten de klas zichtbaar en relevant voor het leren.
In de loop van de week gaat de juffrouw samen met de kinderen naar het kerkhof.

het vijfde gebod:
Bied de kinderen de ruimte om hun eigenheid als mens en gelovige te vinden, te uiten, te beleven, te vieren ook.
De kinderen krijgen de ruimte en de tijd om te vertellen over familieleden die zij verloren hebben, wat ze toen hebben gedaan, wat ze toen voelden, of ze die missen, wat ze missen,..
Op een werkblad mogen ze een tekening maken van een persoon of dier die is gestorven en die ze missen.


De visie van het leerplan kun je ook doorheen de les terugvinden. De kinderen worden gestimuleerd om te groeien en hun te verdiepen op levensbeschouwelijk en religieus vlak. Het gebeurt in een communicatieproces waarbij ieder zijn eigen inbreng heeft. Elk kind zal iets anders meenemen uit de lessen en integreren in hun leven. De leerkracht wekt interesse en aandacht voor gebeurtenissen en vragen zodat kinderen kunnen groei als mens en kunnen bouwen aan hun eigen identiteit. Er wordt kennisgemaakt met het christendom en zijn tradies.