maandag 23 mei 2011

vervolg kerkbezoek

Hoe komen de artikels van de geloofsbelijdenis tot uiting in de kerk?

Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper...
De kerk is een ruimte dat gevuld is met God zijn aanwezigheid. Daarnaast staat er achteraan en in het midden van de kerk een groot schilderij waarop de knielende H.Dominicus staat afgebeeld terwijl hij een rozenkrans ontvangt van O.-L.-Vrouw. O.-L.-Vrouw heeft baby Jezus in haar armen. Helemaal bovenaan op het portret staat een afbeelding van een man die zijn handen opent en boven iedereen staat, ook bovenaan vliegt een witte duif. Ik interpreteer dit schilderij als zijnde dat de Man die boven iedereen staat God moet voorstellen.

En in Jezus Christus, Zijn enige Zoon,...
Jezus wordt op verschillende manieren voorgesteld in afbeeldingen. Soms wordt hij voorgesteld als een baby of een jonge man. Ik vind ook dat Jezus zijn gelaatsuitdrukking in alle portretten heel erg veel rust uitstraalt. Ondanks een sobere voorstelling wordt er toch altijd een krachtige persoonlijkheid uitgebeeld.

die ontvangen is van de Heilige Geest,...
In één van de drie zuilen is er ook een heel groot schilderij waarop de geboorte van Jezus wordt uitgebeeld. Jezus wordt verlicht door een straal wit licht terwijl hij in de schoot van Maria ligt. Iedereen staat rond Hem, de herders, de drie koningen en de engelen. Volgens mij symboliseert de witte straal net het ontvangen van de Heilige Geest.

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,...
Jezus zijn lijdensweg die wordt afgebeeld en de hoop en vertrouwen die Hij blijft hebben.

die nedergedaald is ter helle,...
Het draait in de kerk rond Jezus Zijn geboorte, Jezus Zijn lijden en Jezus Zijn verrijzenis. En dat komt ook in die volgorde voor op afbeeldingen. Dus leven wint het van de dood en daarop moeten we vertrouwen en in geloven.

Die opgevaren is ten hemel...
Jezus is overal vertegenwoordigd in de kerk. Jezus is ook altijd bij ons, namelijk in onze harten en in ons geloof.

vandaar zal Hij komen oordelen...
Ik houd niet zo van deze zin, maar misschien wel omdat ik de betekenis niet begrijp. Het woord 'oordelen' is nogal een zwaar woord. We nemen afscheid van de doden in de kerk vooraleer die persoon begraven wordt. Staat die persoon dan voor Gods deur? Oordeelt God of die persoon binnen mag of niet? Of hij zijn leven zinvol geleefd heeft? Daar geloof ik niet in. Ik geloof wel dat Hij oordeelt over wat goed en wat kwaad is.
Vanuit ieder punt in de kerk kijk je naar Jezus die genageld hangt aan het kruis. Dus misschien doordat je net het gevoel krijgt dat Hij je altijd aankijkt als je in de kerk bent dat je net verantwoording gaat afleggen ten opzichte van Hem. Of je nu daar zit in de kerk of als lichaam ligt in een kist en vlak voor het kruisbeeld wordt geplaatst, je kan niet ontsnappen aan Hem zijn blik en misschien dan ook wel niet aan Zijn oordeel.

Ik geloof in de Heilige Geest...
Volgens mij wordt de Heilige Geest afgebeeld in het schilderij dat ik hierboven reeds benoemd heb. De Heilige Geest wordt daar voorgesteld als een witte duif.
Ook in een schilderij dat de portretten van de lijdensweg voorafgaan, staat Jezus afgebeeld, God die Zijn handen boven Jezus zijn hoofd houdt en een witte duif.

de heilige katholieke kerk...
Er staan rondom ons in de kerk overal beelden van heiligen. Bijvoorbeeld: Heilige Antonius, Heilige Rita, Onze Lieve Vrouw van Lourdes, Heilige Jozef,...

de vergiffenis van de zonden
Als er geoordeeld wordt dan zal er ook wel vergeven worden. De biechtstoelen zijn er ook in de kerk waar we vergiffenis kunnen vragen aan God. Zelf houd ik daar niet van. Als ik vergiffenis wil vragen dan zal ik die zelf wel vragen aan God. Daarvoor moet ik niet op een 'speciale' stoel zitten. Vroeger werden we ook verplicht om te gaan biechten met de klas en ik vond dit allesbehalve fijn.

de verrijzenis van het lichaam...
De grote reeks van de drie schilderijen die centraal staan in de kerk eindigt met de verrijzenis van Jezus. Jezus zijn lichaam is verrezen en leeft voor eeuwig door in alles en iedereen.

zondag 22 mei 2011

Kerkbezoek

Normaal gingen Benjamin en ik op kerkbezoek, maar omdat Benjamin gestopt is met de opleiding heb ik mijn mama meegenomen. Sommige aspecten van de opdracht vond ik gemakkelijk, sommige anderen daarentegen heel erg moeilijk. De koster heeft me spontaan een volledig rondleiding met uitleg in de kerk gegeven. Wij zijn op bezoek geweest in de Sint-Mauritiuskerk van Bilzen. De kerk heeft zeker al betekenis voor mij omdat ik daar gedoopt en getrouwd ben, maar ook omdat iedereen van onze familie daar gedoopt is. De begrafenismis van mijn opa is daar ook doorgegaan dus we hebben al heel wat vreugde en verdriet mogen ervaren in deze kerk. Toch na deze rondleiding en uitleg ben ik zoveel te weten gekomen en heb ik zoveel 'nieuwe' dingen gezien. Door bewuster te kijken en stil te staan bij alles wat er te zien valt in de kerk zie ik nu pas het volledige verhaal weergegeven in de kerk.

1. Kerk als plaats die ruimte schept voor de innerlijkheid van de mens
- de stilte: deze zorgt ervoor dat je 'alleen' bent met je gedachten, vragen kunt stellen aan wie je dat wilt, tot rust kan komen,...
- gebed: Ik ben voor onze trouw zelf op zoek gegaan naar gebeden. Gebeden die de woorden bevatten die ik tegen Hem, mijn man en mijn familie wou vertellen. Gebeden zijn middelen om te praten met God en Hem te ontmoeten. Het zorgt er net voor dat je je dichter bij Hem voelt.
- groot kruis met daaraan Jezus: dit beeld hangt boven het altaar en dus in het midden van de kerk. Jezus Zijn lijden voor ons hangt steeds voor je en doordat je dat voortdurend ziet, grijpt dat je erg aan.
-er is een tekst dat staat op de plaats waar je een kaars kan kopen om te laten branden. Ik vind dit een tekst die de nagel op de kop slaat, alles omvattend is en mij raakt tot in mijn ziel.
Een kaars ontslaat je niet van het geloof,
ze zet het voort.
Een kaars ontslaat je niet van het offer,
ze is er symbool van.
Je verkrijgt niet altijd wat je vraagt,
maar een kaarsje branden is een teken van vertrouwen.


2. Kerk als plaats van ontmoeting met God
- stilte: in die stilte heb je de ruimte om God te ontmoeten en kan je Hem alles vragen wat je wilt.
- alle beelden en portetten van Jezus, Maria, Zijn leven, Zijn sterven,... het maakt net dat je het gevoel hebt dat je in Zijn verhaal zit en Zijn verhaal nog eens verteld wordt, maar dan persoonlijk aan jou. Al de vreugde en verdriet zit erin verwerkt. Je ontmoet God in Zijn verhaal dat weerspiegelt wordt in de kerk.
- het gewijd water: mijn oma heeft met ooit verteld dat als je het water aanraakt, dan eigenlijk Gods hand aanraakt. En daar ga ik ook altijd vanuit als ik mijn hand in het wijwatervat steek. Ik raak God Zijn hand aan. Er hangt ook een gebed boven het gewijd water.
Heer, als ik een kruis maak met gewijd water,
wil ik aan U denken.
Als ik Uw woning binnentreed of de kerk verlaat,
mag ik Uw zegen ontvangen.
Het is Uw hand die mijn hand aanraakt.
Het is Uw liefde die mijn hart raakt.
Geef dat ik doorheen dit water
een beetje meer "herboren" word als mens, als christen.
Blijf bij mij Heer, ik heb U nodig!

3. De kernmomenten van het leven van de mens komen aan bod in de kerk.
- doopfont en houten hartjes die de namen dragen van alle pasgeborenen
- houten kruisjes die de namen dragen van alle overledenen
- de biechtstoel als we vergiffenis nodig hebben
- de Paaskaars die het teken is van de verrijzenis van Jezus.

4. Concrete plaats stil zitten in deze kerk
Ik ben gaan zitten aan het Mariabeeld dat de baby Jezus in haar armen heeft. Omdat ik daar op dit moment in mijn leven het meest rust vind. Ik zoek heel veel steun in dat beeld omdat ik die op dit moment ook kan gebruiken zodat ik de kracht kan vinden om blijven door te gaan met de vruchtbaarheidsbehandelingen en de kracht kan vinden om alle teleurstellingen te verwerken.

5. Wat mij het sterkst intigreert
Er staan drie grote muurschilderingen in de kerk en die vind ik heel erg intrigerend. Vroeger, toen ik nog iedere zondag met mijn oma naar de kerk moest, kon ik de hele mis lang kijken naar het portret dat binnen dat stuk van de kerk hing waar we zaten. Iedere zondag opnieuw ontdekte ik weer iets nieuws aan dat schilderij dat ik de vorige keer over het hoofd had gezien. Ik heb de portretten altijd op zich bekeken, maar nu valt mij ook op dat ze in een bepaalde volgorde hangen. De muurschilderijen stellen de geboorte van Jezus, het sterven van Jezus en de verrijzenis van Jezus voor. Er is zoveel gaande op die schilderijen en er liggen zoveel emoties op die gezichten waardoor ik dat heel erg intigrerend vind.

De aarde bewerken

Leerplandoelen:
In verbondenheid: B1 met zichzelf: stilte en gebed
B3 met gemeenschappen: anders zijn, ontmoeting
Openkomen voor symboliek: symbolen

Ik wilde dat de kinderen ontdekten dat kinderen over de hele wereld mee instaan voor het bewerken van de aarde, voor het werk op het land en dat ze dit ook gingen vergelijken met hun eigen leven.

Daarom ben ik de les gestart met te vragen of ze thuis klusjes moesten doen. Buiten soms helpen afwassen, moest de grote meerderheid van de klas eigenlijk geen klusjes doen. Dan vroeg ik aan hen of ze wel eens wilden ruilen met iemand van de klas. De meeste kinderen kozen ervoor om met iemand te ruilen omwille van een luxeproduct (vb: een zwembad). Er was één kind dat wilde ruilen met iemand van de klas omdat dat ander kind een klein broertje had en hij enig kind was.

We zijn weer achteraan in de klas gaan zitten met de wereldbol tussen ons in en dan zijn we gaan reizen. We hebben een reis gemaakt naar Mongolië, Vietnam, Sri Lanka, Ethiopië, Costa Rica en België. We hebben samen de plaats gezocht op de wereldbol en die gemarkeerd, maar het verhaal van een kind uit dat land heb ik verteld aan de kinderen. Dan zijn we de taken, de levensomstandigheden en de voor-en nadelen van daar te wonen gaan bespreken. Natuurlijk volgde dan ook de vraag of ze wilden wisselen met dat kind. Omdat de kinderen zich soms moeilijk kunnen inbeelden of voorstellen wat er precies verteld wordt, heb ik ook geprobeerd om zoveel mogelijk te laten ervaren. Bijv: laten we eens 2 min gebogen staan, draag eens een volle emmer water,... De kinderen kwamen uiteindelijk wel tot het besluit dat zij het heel erg goed hadden in België. Dat zij niet moesten helpen op het land zoals de kinderen uit de verhalen. En dan vroeg ik aan de kinderen hoe wij toch zouden kunnen helpen bij het bewerken van het land. En dan gaf een kind het antwoord: "wij zullen helpen door zorg te dragen voor alle bomen en planten." En een ander kind antwoordde: " wij kunnen verhalen vertellen over Jezus aan andere mensen. Bij zo antwoorden krijg ik het helemaal warm vanbinnen. Het is zo leuk om godsdienstlessen op deze manier te geven.

We hebben de les afgesloten met een moment van stilte en gebed. Ik had een gebed gevonden in het boek 'Even Stil' dat ik heel erg toepasbaar vond voor deze lessen.

Dankjewel, Lieve God,
omdat je ons gemaakt hebt zoals we zijn!
De ene kan dit,
de ander kan dat.
We kunnen niet zonder elkaar.
Laat ons altijd verwonderd zijn
om wat een ander goed kan,
en hem of haar een complimentje geven
zonder dat we jaloers worden.
We willen echt niet doen
als de mensen waarover Jezus vertelde:
wat ze kregen, begroeven ze in de grond.
Laat alles wat we zo goed kunnen,
zijn als een zaadje
dat zo groot wordt als een boom
die heel veel vruchten draagt!

Jezus vertelt!

Leerplandoelen:
In verbondenheid: B4: mens en natuur: gave en opgave
Openkomen voor symboliek: aarde en vruchtbaarheid en symbolen

We zijn allemaal rond onze 'groeiende' zaadjes gaan zitten en ik heb aan de leerlingen het verhaal verteld over een boer die ging zaaien. Maar niet alle zaadjes groeiden door omstandigheden uit tot planten met vruchten. Een deel planten verdroogden omdat ze te weinig wortels hadden en weer andere planten werden overwoekerd door doornstruiken. Sommige zaadjes groeiden en groeiden en droegen vruchten. Deze planten brachten weer honderden nieuwe korrels voort.

Het was een heel mooi verhaal, maar geen gemakkelijk verhaal om de symbooltaal te verduidelijken. Ik heb ervoor gekozen om via een vraaggestuurd leergesprek te proberen om de betekenis te achterhalen.
Enkele voorbeelden van vragen, maar niet in volgorde: Zouden wij die boer kennen? Wie zou die boer kunnen zijn? Wie zouden de zaadjes zijn? Waarom groeien sommige zaadjes niet goed? Wat zou Jezus ons willen vertellen met dit verhaal? Wat zou God zaaien in het hart van de mensen? Wat zou God graag zien groeien bij de mensen? Zouden we het zaad kunnen vergelijken met het woord van God? Wat doen mensen met het woord van God?
Door de vragen ontstond er een heel mooi en open gesprek. Je probeert op voorhand wel in je achterhoofd te houden waar je naartoe wilt, maar uiteindelijk zijn de antwoorden van de kinderen zo waardevol dat het toch nog anders en misschien nog wel zinvoller uitkomt dan op voorhand verwacht werd.
Tot slot hebben we een woordspin gemaakt met in het centrum het woord 'zaaien'. Enerzijds vatte de woordspin alles nog eens samen, maar anderzijds kon er ook een link worden gelegd naar persoonlijke gevoelens van de kinderen. Bijvoorbeeld: stel dat jij een zaadje was en in de dunne aarde viel, hoe zou jij je dan voelen. De kinderen antwoorden: "bang, verdrietig, nutteloos". En daarnaast: "Hoe zou God zich dan voelen?" De kinderen antwoordden: "verdrietig, gefrustreerd,..."
Een kind vertelde dat zijn vader hem 's avonds altijd een verhaal voorleest uit een kinderbijbel. Als hij dan geen zin heeft om te luisteren of voor een ander verhaal kiest dan merkt hij dat zijn vader een beetje verdrietig is. En dat maakt hem ook verdrietig. Hij noemt zichzelf dan een zaadje in dunne aarde.

De kinderen hebben een hele krachtige woordspin gemaakt waarop de symbooltaal van het verhaal wordt weergegeven, maar waar ook persoonlijke gevoelens zijn op vastgelegd.

zondag 15 mei 2011

Over zaaien en groeien!

De godsdienstles 'over zaaien en groeien' plaatsen we in de tweede cyclus onder het component verbondenheid: mens en natuur: gave en opgave.

De les ben ik begonnen met een versje 'Lente' dat ik gevonden heb in het boek Even Stil!
Die kriebel in mijn buik vanmorgen,
dat kon niets anders zijn
dan de lente die samen met de zon
door het gordijn kwam piepen!
Dankjewel, Heer,
voor alles in de natuur
dat opnieuw begint te bloeien,
dank voor de zachte kleuren
die je in groen en blauw en roze
over de wereld legt.


Dan heb ik het verhaal'de beukenboom' in eigen woorden verteld terwijl de kinderen zich inleefden als zaadje. Aan de hand van gerichte vragen, kon het verhaal weer opgebouwd worden. De bedoeling was eigenlijk om zich te kunnen voorstellen hoe ze zich zouden voelen als een zaadje, als een jong plantje en als een boom.

Dan hebben we de zaadjes bestudeerd die ik had meegebracht. Ik had liever de kinderen zelf zaadjes laten verzamelen in de natuur, maar dat zag mijn mentor niet zitten. We hebben dan eerst eens gepraat over 'zaaien' in het algemeen en wie daar al ervaring mee had en dan over het aspect 'groeien'. Wat is groeien? Hoe kan het plantje groeien? Wat heeft het plantje nodig om te groeien? Kun jij ook groeien?...
Ieder kind had een potje en potgrond en we hebben de zaadjes gepland. De kinderen waren vanaf nu zelf verantwoordelijk voor hun plantje.

Tot slot zijn we gekomen tot het 'Scheppingsverhaal'. Dit heb ik niet verteld, maar voorgelezen. Ik heb wel een versie gezocht die ik kindvriendelijk vond en die heb ik gevonden in de Kijk- en vertel bijbel voor kinderen.
De les godsdienst gaat over het verhaal "Mozes in de woestijn". Dit verhaal kunnen we in het leerplan plaatsen onder de tweede cyclus, waarbij het accent ligt op het relatieveld jij-ik-jij, groeien in verbondenheid en Zoon. Verhalen over Mozes kunnen we plaatsen onder het component'openkomen voor symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen' in de tweede cyclus.
Ik had een groot spinnenweb gemaakt en daarop het woord 'verbondenheid' geschreven. We zijn eerst klassikaal gaan verkennen wat dit woord zou betekenen. We hebben dit gedaan aan de hand van gerichte vragen. vb: wat is verbonden zijn? (aan elkaar hangen), ben jij wel eens verbonden met iets of iemand? (mijn hond), hoe voel jij je dan? ( blij), Zou dit ook kunnen weggaan? (neen, ik zal mijn hond nooit vergeten als hij dood is). Zo hadden we onze woordspin al erg uitgebreid opgebouwd, maar enkel betrokken op henzelf. Dan heb ik besloten om het verhaal van Mozes erbij te halen.

De mentor had verteld dat de kinderen wisten wie Mozes was, maar uiteindelijk bleek dit niet het geval te zijn. Gelukkig had ik me zelf voorbereid door de achtergrond van Mozes op te zoeken. Het eigenlijke verhaal was ook zoek dus ik was aangewezen op mijn versie van het verhaal. Daarom heb ik vlug besloten om samen op de grond te gaan zitten. We deden allemaal onze ogen dicht terwijl ik het verhaal begon te vertellen. Ik ben begonnen bij het vertellen wie Mozes was om zo uiteindelijk te komen tot de woestijn. Om het verhaal en de essentie van het verhaal op te bouwen, heb ik aan de kinderen gerichte vragen gesteld. Vb: hoe is het daar in de woestijn?(warm), wat zou je nu graag willen doen? (zwemmen), Is er water? (neen), Wat scheelt er nog? (dorst), Is er drinken? (neen), En hoe voel je je nu? (boos), Wat doe je dan? (grommelen),... en dan linkte ik dat aan de Israelieten en Mozes en zo werd het verhaal opgebouwd. De kinderen waren erg betrokken bij het verhaal en konden zich erg goed inleven. We zijn zo ver gekomen dat het verhaal draait rond geloof, hoop en liefde.

Dan hebben we opnieuw onze woordspin erbij gehaald en zijn we weer het woord 'verbondenheid' gaan bespreken, maar we hebben dit dan betrokken op het verhaal van Mozes in de woestijn. Dit heb ik dan ook weer gedaan aan de hand van gerichte vragen. Vb: Met wie voelt Mozes zich verbonden? (God en de Israelieten), ...

Dit is een hele leuke les geworden, maar deels ook omdat het eigenlijke verhaal zoek was. Als ik gewoon het verhaal had voorgelezen dan denk ik niet dat ik de kinderen de essentie van het verhaal had kunnen bijbrengen. Misschien dat ik wel meer ga opteren om los te komen van het eigenlijke verhaal.

Is de kerk nog wel een plek voor onze kinderen?

In het tijdschrift Libelle stond een artikel met als kop de titel: "Is de kerk nog wel een plek voor onze kinderen?"
Jurgen Mettepenningen- theoloog en ex-woordvoerder van aartsbisschop Léonard schreef een kritisch boek over de kerk en licht dit toe in dit artikel. Ik was erg verrast door de uitspraken en opvattingen van Jurgen Mettepenningen. Ik had een negatief artikel verwacht omwille van zijn ervaringen met aartsbisschop Léonard, maar ook "ouderwetse" opvattingen over het geloof of de kerk in het algemeen. Maar niets is minder waar, deze meneer Mettepenningen blijkt heel hedendaagse opvattingen te hebben waar ik mij zeker en vast in kan vinden.
Op de vraag: "Is de kerk nog wel een plek voor onze kinderen?", antwoordt hij volmondig: "ja!". Door de omstandigheden kunnen de mensen net weer opnieuw bewust gaan kiezen voor de kerk, beweert meneer Mettepenningen. De kerk kan zeker nog iets betekenen voor de kinderen. Ze kan hen begeleiden bij levensvragen, maar dan moet ze wel àf van dat zwaaien met geboden en verboden die er weinig toe doen. Hij pleit voor een kerk die zegt: "met respect voor je dromen willen we je een en ander meegeven, ter overweging."
In deze opvatting kan ik me helemaal vinden. Het is inderdaad niet meer zo evident om nog hardop te zeggen dat je nog naar de kerk gaat of te zeggen dat je 'gelooft', maar de mensen die dat doen zullen daar ook zeker bewust voor gekozen hebben en over nagedacht hebben. De kerk of het geloof is niet alleen van de priesters, maar het is van alle mensen die gedoopt zijn. Waarom zou ik hen en mijn geloof de rug moeten keren voor enkelingen die iets heel erg hebben gedaan.
Er is nog een hele mooie uitspraak die meneer van Mettepenningen doet in dit artikel en dit is: " Pas na rechtvaardige straffen kun je over vergiffenis spreken. Anders wordt liefde wel heel goedkoop." Laat dit een les zijn voor de Paus en allen die de priesters een hand boven het hoofd houden. Misschien kunnen we pas terug 'geloven' of terug toegeven dat we geloven als er rechtvaardige straffen aan het misbruik gekoppeld worden.

zondag 17 april 2011

Kinderbijbel

De kijk- en vertelbijbel
De kijk- en vertelbijbel van Jan Godfrey en Paola Bertolini Grudina bevat 66 verhalen die op een eenvoudige manier verteld worden. De bijhorende illustraties zijn ook erg mooi en ondersteunen het verhaal. Het zijn verhalen uit het Oude en het Nieuwe Testament. Ieder verhaal is erg kort en geschreven over twee bladzijden. De verhalen volgen ook niet op elkaar waardoor je toch altijd kan blijven volgen, ook al heb je al eens een verhaal gemist. Doordat de verhalen niet op elkaar volgen, vind ik het een makkelijk te hanteren boek voor in de klas. Ik heb nog een ander kinderbijbel gelezen en doordat het verhaal altijd doorliep, vond ik dat ook minder aantrekkelijk om in de klas te gebruiken. Het boek is op een erg kindvriendelijke manier geschreven met zeer veel nadruk op het taalgebruik. Het maakt het bijbelverhaal erg toegankelijk en begrijpelijk voor kinderen.
Bijvoorbeeld: de 10 geboden, ik citeer stukjes uit het geschreven verhaal:
God gaf Mozes tien speciale regels, die geschreven waren op twee grote stenen. De regels om ons en andere mensen gelukkig te maken en ons te helpen om goed te leven.
'Ik ben de ware en levende God', zei God. 'Je mag geen andere goden hebben.
...
'Zorg goed voor je mama en je papa', zei God. 'Wees beleefd en lief en aardig en gehoorzaam'.
En doe niemand kwaad. Denk er niets eens aan om iemand pijn te doen. Je mag niemand doden.
...


Ik vind het erg mooi dat het verhaal en de boodschap behouden wordt, maar dat een omgevormd is tot een meer kindvriendelijk en verstaanbaar verhaal. Nog een voordeel van de afzonderlijke verhalen is dat je deze Bijbel altijd kan gebruiken voor je godsdienstlessen.


Vertel me over God
Vertel me over God is ook een kinderbijbel dat verhalen bevat uit het Oude en het Nieuwe Testament en de Koren. Het verhaal wordt verteld door opa, als antwoord op de vragen van zijn kleinkinderen Ben en Mien. Opa legt ook uit dat christenen, joden en moslims eigenlijk vaak teruggrijpen naar dezelfde teksten.
Integenstelling tot de kijk- en vertelbijbel zou ik deze Bijbel niet in de klas gebruiken omdat de verhalen op elkaar volgen en doorlopen in elkaar. Je kan niet één verhaal eruit selecteren in functie van een onderwerp binnen je lessen. Je moet de achtergrond al kennen van het verhaal en de personages kennen om de opzet van de bijbel te begrijpen. Het is wel een mooi boek voor kinderen die het thuis willen lezen, maar het is zeker geen gemakkelijk boek om te lezen. Ondanks dat er om de omslag staat geschreven dat het boek in een taal is geschreven dat aangepast is voor kinderen vind ik het toch nog erg moeilijk en het leest minder vlot dan de kinderbijbels die ik vorig jaar heb gelezen of de kijk- en vertelbijbel.

Het is erg moeilijk om een bijbel te schrijven waarbij het verhaal behouden blijft, de juiste boodschap overgebracht wordt, de kinderen aan het denken zet, maar daarnaast ook afgestemd is op de kinderen zelf. Ik ben daar zelf erg kritisch in omdat ik vind dat godsdienst lessen verstaanbaar en herkenbaar moeten zijn voor de kinderen en hun zeker niet mogen afschrikken of een afkeer doen krijgen van godsdienst in het algemeen. Daarom vind ik het ook belangrijk om het juiste verhaal te gebruiken in de klas, maar ook verhalen en gebeden te laten terugkomen binnen andere lessen en thema's.

Zo kun je bidden...

Zo kun je bidden... is een reeks van boeken geschreven door verschillende auteurs en die worden onderverdeeld per thema.
Bijvoorbeeld: Zo kun je bidden als je verdrietig bent.
Het boek heeft de bedoeling om:
- het kind te helpen met zijn verdriet te erkennen, te begrijpen wat het voelt
- proberen telkens een opening, een uitweg te vinden
- afstappen van de mythe van een God die verantwoordelijk is voor het kwaad
- het kind aanmoedigen om verdriet bij de wortel te herkennen: er is iets gebroken

Het is een boek waarmee kinderen zelf aan de slag kunnen gaan, maar dat je zeker ook in de klas kan gebruiken. Het boek stelt een heel aantal vragen die bij de kinderen een aanzet kunnen geven om zelf vragen te stellen of op zoek te gaan naar antwoorden.

bijvoorbeeld:

Verdriet, waarom toch?

ALs je verdriet hebt,
voel je in jezelf
soms een waterval van vragen naar het 'waarom'.
Waar komt pijn vandaan?
Waarom overkomt die juist mij?
Waar is het goed voor?
Waarom...waarom?


Binnen het boek wordt 'verdriet' ook opgedeeld in verscheidene titels zoals: ziekte, de dood, een ramp, ruzie, jaloezie, eenzaamheid,...

Bijvoorbeeld: Ziekte

Of je nu echt ziek bent of alleen maar een beetje koortsig,
het is altijd naar om pijn te vlen in je lijf.
Soms huil je of schreeuw je en soms ben je stil.
Maar het maakt niet veel uit: in je lichaam gaat het tekeer als de golven tegen een boot.

Mijn God, als mijn lichaam ziek is, is het fijn als iemand mijn hand vasthoudt.


Als ik dan denk aan de tsunami ramp in Japan, waar de kinderen toch ook heel wat vragen bij hebben, dan zou je dit boek ook kunnen gebruiken:

Als er een orkaan is of een aardbeving,
als duizenden mensen geen water meer hebben, geen brood,
dan lijd ik met hen mee.
Ik snap er niets van.
God, waar komt al die ellende vandaan?

God, ik weet niet hoe al die nare dingen ontstaan,
maar ik hoop, net als Jezus, dat ze voor altijd verdwijnen.



Zo kun je bidden... is een mooie reeks van boeken die binnen verschillende thema's aan bod kunnen komen in de les. Er worden veel vragen gesteld waarmee je samen aan de slag kunt gaan, bij stil kunt staan en er over praten. Het is zeer kindvriendelijk en het taalgebruik is ook kindvriendelijk. Ik zou deze reeks zeker gebruiken in de klas.

Kan ik Je even spreken?

Kan ik Je even spreken? is een bijbels gebedenboek geschreven door Erwin Roosen. Erwin Roosen probeert op een kindvriendelijke taal het evangelie dichter bij de kinderen te brengen. Bij alle belangrijke verhalen uit de vier evangelies is een kort gebedje geschreven. Er staat een stukje uit het evangelie en dan een gebed geschreven. Ik vond het boek minder toegankelijk voor kinderen dan het andere gebedenboek 'Even stil'. In het boek 'Even stil' zijn de gebeden afgestemd op de leefwereld van de kinderen en de thema's die bij hun leven (zoals vriendschap, pesten, vakantie, liefde,...) horen en dat mis ik in het boek van Erwin Roosen. Ik zou het in de klas of thuis zelf niet gebruiken, maar misschien zou dit wel gebruikt kunnen worden bij jongeren als voorbereiding op hun Vormsel of de pastoor in de zondagsmis zodat de mis ook meer afgestemd is voor jongeren. Dit wil niet zeggen dat er geen mooie gebeden in het boek voorkomen.


Toen ik nog maar heel klein was,
wilde Herodes Mij al doden.
Daarom vluchtten mijn ouders met Mij naar Egypte.
Jezus (naar Matteüs, 2.13-14)


Vanaf het begin waren er mensen,
die niets van jou moesten hebben, Jezus.
Het liefst van al zouden ze Je meteen
uit de weg hebben geruimd!
Gelukkig kon Je altijd terugvallen
op je mama en papa,
wat er ook gebeurde!




Ik merkte dat mijn leerlingen een beetje onzeker werden.
Daarom zei Ik tegen hen dat ze geen schrik moesten hebben
en dat er altijd wel mensen tegen ons zouden zijn.
Jezus (naar Lucas: 12,49-53)

Mijn geloof in Jou is niet altijd even groot, Jezus.
Soms durf ik zelfs niet vertellen dat ik van Je hou,
uit angst dat ik uitgelachen zal worden.
Wil Jij mij op die momenten een duwtje in de rug geven?

Even Stil

Wat is bidden? Je afsluiten? Met neergeslagen ogen op de knieën zitten? Naar de hemel kijken? Een teken van God verwachten? Proberen hem 'aan de lijn' te krijgen? Dat kan...
Maar bidden heeft met alles van je jonge leven te maken: het is ook nadenken en lachen, boos en verdrietig zijn, vragen stellen en antwoorden vermoeden. Het is over ales wat je hoort en meemaakt, praten met God.

Even stil is een gebedenboek voor kinderen van 10 tot 12 jaar. De auteur Iny Driessen slaagt erin om op een kindvriendelijke manier een gebed te maken waarvan je stil wordt en gaat nadenken. Het boek is afgestemd op de leefwereld van de kinderen en erg toegankelijk. Het is een aanrader om dit te gebruiken in de klas, maar ook thuis.

Voor mijn twee stageweken neem ik enkele gedichten mee uit dit boek om voor te lezen in de klas en ook even bij stil te staan met de kinderen. Ik heb drie gedichten gekozen die betrokken kunnen worden binnen het thema van mijn lessen.

Lente:

Die kriebel in mijn buik vanmorgen,
dat kon niets anders zijn
dan de lente die samen met de zon
door het gordijn kwam piepen!
Dankjewel, Heer,
voor alles in de natuur
dat opnieuw begint te bloeien,
dank voor de zachte kleuren
die je in groen en blauw en roze
over de wereld legt.
Dank voor de eerste vogels
en hun nestjes onder het dak.
Hoe heb je dat toch allemaal
kunnen regelen?



moederdag

Dankjewel, God,
voor de mama die je me gaf - die mij kreeg!
Soms is ze wel humeurig,
of zelfs verdrietig.
Maar dat geeft niet: ze is mijn mama.
En ze laat me iets zien van jou:
hoe lief en zacht je bent,
hoe je zorgt voor je kinderen en hen beschermt.
Zorg jij ook goed voor mijn mama?



Vriendschap

Lieve Vader,
vandaag willen we je eventjes danken
omdat het echt gezellig is in de klas.
We zijn gewoon goeie vrienden,
we lachen en spelen en leren samen.
Op deze manier
is naar school gaan echt leuk.
De juf krijgt vast nog wel een tof idee
waaraan we samen kunnen werken.
Iedereen hoort erbij vandaag,
we zijn gewoon één grote groep.
Is dat niet eens de moeite
om jou voor te danken, lieve God?

zondag 3 april 2011

Vasten in de klas!

In de klas gaat vasten ook rond het thema 'maak ons overbodig'. Om het thema in te leiden werd de video getoond over Burundi. Iedere week wordt er een verhaal verteld in de klas over de kinderen in Burundi. Er hoort ook een themalied bij dat dan gezongen wordt. Er wordt geen geld ingezameld omdat dit verboden wordt door de directeur van de school. De bedoeling is enkel te sensibiliseren.
Daarnaast heb ik nog eens nagevraagd of er iets gedaan werd rond 'de Goede Week', maar omdat deze in de paasvakantie valt, wordt hier niets over verteld of mee gedaan.

Geloven!

Wat ik nu ga vertellen, is heel erg persoonlijk en daarom hoop ik ook dat dit niet in de klas wordt besproken.

Mijn man en ik hebben een grote kinderwens en helaas zijn we in behandeling moeten gaan omdat er toch wat problemen zijn. Die behandeling is een zware lichamelijk en mentale belasting. Het zijn niet alleen de vele onderzoeken die het erg zwaar maken, maar de teleurstellingen wegen altijd weer zwaarder door. De combinatie behandeling –voltijds werken- school – stage- huis bouwen en privé weegt vaak ook té zwaar voor mij. Er zijn dagen dat het me allemaal net wel lukt, maar er zijn ook dagen dat ik er volledig door zit. Zo een dag had ik afgelopen zaterdag. Ik weet dan geen blijf met mezelf en de tranen staan me voortdurend nader. Om mijn gedachten te verzetten, had mijn mama me meegenomen om te gaan winkelen. We kwamen op de markt in Bilzen en mijn oog viel op de kerk. Het leek wel alsof ik naar daar werd gezogen. Ik vroeg aan mama of ze zin had om een kaarsje te gaan laten branden. Mama vertelde dat ze deze morgen al een kaarsje voor mij was gaan laten branden, maar dat ze zeker zin had om mee te gaan. We zijn dan met ons twee aan het beeld van de Heilige Familie gaan zitten. Nadat ik de noveenkaars was gaan aansteken, zei mama dat ik maar een Weesgegroetje moest bidden dat alles goed kwam. Maar daar had ik niet zo een nood aan want ik had mijn eigen woorden en vragen. In gedachten heb ik een hele conversatie gevoerd met mezelf of met Jezus of Maria, ik weet het niet. Ik vroeg me af: “waarom ik? “ Maar dan vroeg ik me onmiddellijk ook af: “Waarom Jij?” “Waarom heb Jij dit moeten meemaken?, Wat hebben wij van Jou daaruit geleerd? Wat moet ik hieruit leren? Welke boodschap moet ik hieruit halen? Welke boodschap heb Jij gegeven? Hoe kon jij vertrouwen hebben? Op wat moet ik vertrouwen?” Tientallen vragen! En opeens viel het me te binnen: “ik moet geloven!”. Net zoals Hij geloofde, moet ik ook hierin geloven. Ik moet mijn kracht putten uit dat geloof. En van dat moment ervaarde ik zoveel kracht. Dit klinkt zo onnozel, maar het voelde wel zo aan. En terwijl we allebei aan het wenen waren, zei ik tegen mama: “ Het komt allemaal wel goed! We moeten vertrouwen hebben.” Ik denk dat we nog een half uur in de kerk hebben gepraat en gelachen. We hadden allebei geen zin om op te staan. Ik ga nu zeker niet beweren dat opeens mijn verdriet voorbij is, maar ik heb wel meer momenten dat ik hieraan terugdenk en toch wat meer geloof in een goede afloop. Het heeft me ergens wel geholpen om het allemaal meer een plaats te geven en ik haal toch ook sterkte uit dat geloof.

Armbandjes van Heiligen!

In Het Belang van Limburg stond een artikel met als kop: “Heilige armbandjes hip bij jongeren”. Het betreft armbandjes met heiligenbeeltenissen die erg populair zijn bij jongeren. Van Pater Pio tot de overleden paus Johannes Paulus II, op elk kraaltje van de armband plakt een afbeelding van een andere beschermheilige. De bedoeling is dat je deze altijd aanhoudt en de prentjes zullen een voor een afvallen. De prent die het laatste blijft plakken: dat is hun persoonlijke beschermheilige. Er zijn ouders die niet tevreden zijn met de nieuwste rage omdat de kinderen bijvoorbeeld hun plechtige communie niet willen doen, maar wel een armbandje willen van heiligen.

Ik zag in de museumshop in Hasselt dat ze zelfs een speciaal model hebben laten maken waar ook het Heilig Paterke van Hasselt ook op staat. Dus ze pikken toch maar even in op de nieuwste trend. Toen ik de verkoopster hiernaar vroeg zei ze zelf dat dit helemaal niets te maken heeft met ‘geloven’ of een teken is van gelovig zijn. Als ik dan vroeg waarom ze aan de trend meededen dan bleef ze mij een antwoord schuldig.

Heel veel idolen dragen godsdienstige symbolen zoals een kruisteken of een paternoster en dit heeft ook niet altijd met geloof te maken. De hippe Justin Bieber draagt ook deze armbandjes van heiligen. Kinderen zien dat en pikken in op deze trend. Eigenlijk is het gewoon een rage zoals een andere en in plaats van dat het nu ‘allstar’ schoenen zijn of een ‘eastpack’ rugzak, moet iedereen nu dit armbandje dragen. Met de rage heb ik niet zoveel moeite, want ik vind de armbandjes zelfs wel mooi, maar met het concept heb ik meer moeite. Waarom moeten de Heiligen afvallen? Waarom moet de laatst overblijvende geassocieerd worden als uw beschermheilige? Eigenlijk is het gewoon een spel zonder betekenis. Ik vind het wel veelzeggend dat de kerkwinkels hierop inspelen en de armbandjes ook gaan verkopen. Ze hadden dan beter de armbandjes van de Heiligen ook laten maken, maar niet in deze spelvorm. Als ik leerlingen in mijn klas zou hebben die dit zouden dragen dan ik die Heiligen die daarop staan eens ruim bespreken. Bijvoorbeeld: “Wie is die persoon, wat heeft die gedaan, voor wat staat die symbool, wat is eigenlijke een beschermheilige, wat doet een beschermheilige, wie kan je nog een beschermheilige noemen, ben jij soms als een“beschermheilige” voor iemand, wat doe je dan?…”

Ik zou zeker niet meegaan in deze nieuwe trend, maar ik zou er wel gebruik van maken om het begrip beschermheilige eens nader te bespreken met de leerlingen

Vasten op het werk!

De Broeders van Liefde organiseren tijdens de vasten een inzamelactie voor de kinderen van Rwanda. De slogan luidt: “Dromen waarmaken voor kinderen met een handicap in Rwanda”. Ik ben de dvd die voor kinderen gemaakt is, gaan bekijken en het gaat er eigenlijk om dat kinderen met een fysieke handicap niet naar school kunnen of mogen gaan in Rwanda. Ze kunnen door hun handicap ook niet op het veld werken en ze verblijven hele dagen in hun hut. De kinderen vertellen over hun dromen dat ze dokter of verpleegster willen worden, maar doordat ze niet naar school mogen gaan, is het onmogelijk dat deze droom ooit zal uitkomen. HVP is een grote instelling voor kinderen met een handicap en zij voorzien medische zorg en onderwijs voor kinderen met een handicap. Ze gaan dan de kinderen uit de dorpen halen en brengen deze naar die instelling waar ze in al hun behoeften worden voorzien. Twee kinderen doen hun verhaal in de film. Ezira heeft maar één been en krijgt een op maat gemaakte prothese en gaat naar het internaat zodat hij naar school kan gaan. En Jacqueline is blind en leert hoe ze zelfstandig kan functioneren met deze visuele handicap. Ook zij gaat naar het internaat zodat ze naar school kan gaan. Ik vond de dvd uiterst geschikt voor kinderen omdat ‘wij’ het evident vinden dat we naar school mogen gaan en naar een ziekenhuis kunnen gaan als er iets met ons scheelt. De armoede is ook erg duidelijk te zien op de dvd en de kinderen moeten ook nog werken op het veld in plaats van te spelen of te leren. Als ik hiermee in de klas aan de slag zou moeten gaan dan zou ik vooral proberen te duiden in de richting van die dromen en die kansen die wij als vanzelfsprekend achten, maar in werkelijkheid een kans is die we met beide handen moeten grijpen.

Ik zou er een kringgesprek van maken, allemaal samen zitten op een matje op de grond en misschien zelfs onze ogen afdekken of een andere handicap simuleren om ons beter te kunnen inleven in de kinderen van Rwanda. Een kringgesprek voeren en vragen stellen zoals: wat wil jij later worden?, wat is jouw droom?, Wat doe jij als je na school thuis komt? Hoe zouden we deze kinderen kunnen helpen?, ...

Op mijn werk wordt er geld ingezameld door middel van verschillende acties zoals appelverkoop, vrijwillige bijdrage,…

Er gaat ook effectief iemand naar Rwanda binnen een paar maanden zodat we het resultaat kunnen zien van de gevoerde acties.