Wat ik nu ga vertellen, is heel erg persoonlijk en daarom hoop ik ook dat dit niet in de klas wordt besproken.
Mijn man en ik hebben een grote kinderwens en helaas zijn we in behandeling moeten gaan omdat er toch wat problemen zijn. Die behandeling is een zware lichamelijk en mentale belasting. Het zijn niet alleen de vele onderzoeken die het erg zwaar maken, maar de teleurstellingen wegen altijd weer zwaarder door. De combinatie behandeling –voltijds werken- school – stage- huis bouwen en privé weegt vaak ook té zwaar voor mij. Er zijn dagen dat het me allemaal net wel lukt, maar er zijn ook dagen dat ik er volledig door zit. Zo een dag had ik afgelopen zaterdag. Ik weet dan geen blijf met mezelf en de tranen staan me voortdurend nader. Om mijn gedachten te verzetten, had mijn mama me meegenomen om te gaan winkelen. We kwamen op de markt in Bilzen en mijn oog viel op de kerk. Het leek wel alsof ik naar daar werd gezogen. Ik vroeg aan mama of ze zin had om een kaarsje te gaan laten branden. Mama vertelde dat ze deze morgen al een kaarsje voor mij was gaan laten branden, maar dat ze zeker zin had om mee te gaan. We zijn dan met ons twee aan het beeld van de Heilige Familie gaan zitten. Nadat ik de noveenkaars was gaan aansteken, zei mama dat ik maar een Weesgegroetje moest bidden dat alles goed kwam. Maar daar had ik niet zo een nood aan want ik had mijn eigen woorden en vragen. In gedachten heb ik een hele conversatie gevoerd met mezelf of met Jezus of Maria, ik weet het niet. Ik vroeg me af: “waarom ik? “ Maar dan vroeg ik me onmiddellijk ook af: “Waarom Jij?” “Waarom heb Jij dit moeten meemaken?, Wat hebben wij van Jou daaruit geleerd? Wat moet ik hieruit leren? Welke boodschap moet ik hieruit halen? Welke boodschap heb Jij gegeven? Hoe kon jij vertrouwen hebben? Op wat moet ik vertrouwen?” Tientallen vragen! En opeens viel het me te binnen: “ik moet geloven!”. Net zoals Hij geloofde, moet ik ook hierin geloven. Ik moet mijn kracht putten uit dat geloof. En van dat moment ervaarde ik zoveel kracht. Dit klinkt zo onnozel, maar het voelde wel zo aan. En terwijl we allebei aan het wenen waren, zei ik tegen mama: “ Het komt allemaal wel goed! We moeten vertrouwen hebben.” Ik denk dat we nog een half uur in de kerk hebben gepraat en gelachen. We hadden allebei geen zin om op te staan. Ik ga nu zeker niet beweren dat opeens mijn verdriet voorbij is, maar ik heb wel meer momenten dat ik hieraan terugdenk en toch wat meer geloof in een goede afloop. Het heeft me ergens wel geholpen om het allemaal meer een plaats te geven en ik haal toch ook sterkte uit dat geloof.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten