Het verhaal: De 12-jarige Jezus in de tempel
De stappen die in de les gezet worden:
Verkennen:
De meester vertelt het verhaal van de twaalfjarige Jeus in de tempel.
Verwerken:
Hij laat de prenten zien die bij het verhaal horen en stelt vragen aan de kinderen over het verhaal. Zoals bijvoorbeeld: waar gingen Jezus en zijn ouders naartoe?, Waarom waren Jozef en Maria zo ongerust?, Heeft Jezus twee vaders?,…
Verdiepen:
Dan vraagt de meester aan de kinderen of iemand al eens aan de hand heeft gehad dat hij mama of papa plotseling kwijt was en hoe ze zich toen voelden. De kinderen mogen hardop antwoorden op deze vragen.
Na die vragen mogen ze op hun werkblad een situatie tekenen waarin hun ouders eens ongerust waren over hun toen ze hun niet meer vonden.
De doelstellingen zijn:
de kinderen ontdekken hoe ouders in verschillende culturen met kleine kinderen omgaan
de kinderen maken kennis met Jezus, die als kind opgegroeid is in Zijn eigen cultuur en omgeving en Zijn leven zag als een opdracht van God, Zijn Vader.
De handleiding die gebruikt worden op mijn werkplek is de ‘tuin van heden’.
Onderscheid in sfeer:
Er is een duidelijk onderscheid tussen de sfeer in een godsdienstles en de sfeer in een reken- of taalles omdat de kinderen losser zijn en de meester meer geroezemoes toelaat. Toch is er weinig onderscheid in sfeer omdat er voor de rest niet veel veranderd. Er wordt niets gedaan om de sfeer gezelliger of intiemer te maken tijdens de godsdienstles.
De meester begint aan het onderwerp en volgt het leerplan waardoor er weinig ingepikt wordt waarover het echt gaat. Er is weinig ruimte tot verdieping. Het doet me een beetje denken aan mijn godsdienstlessen die ik me nog herinner van school. Dat was meer een speeluurtje dan een lesuurtje. De kinderen pikken wel in op elkaars verhalen waardoor er toch een soort van verbondenheid ontstaat tussen hen.
In een wo-les is de sfeer ook losser dan in een rekenles maar er wordt meer aan verdieping gedaan en meer afgeweken van het leerplan.
Betrokkenheid:
Als het verhaal van de twaalfjarige Jezus wordt voorgelezen dan zijn de kinderen minder betrokken en zijn ze meer met elkaar bezig dan dat ze aan het luisteren zijn. Achteraf laat de meester de prenten pas zien die bij het verhaal horen. De kinderen zijn wel meer betrokken bij de les als die prenten getoond worden. Als ze dan zelf een moment mogen tekenen wanneer hun ouders eens ongerust waren omdat ze hun niet meer vonden dan is de betrokkenheid het grootst. Dit vinden ze heel erg fijn.
Bij een andere les ging het over het onderwerp geboorte en er was net een zusje van iemand geboren. Toen het kind daarover vertelde was de hele klas ook erg geboeid. De kinderen vinden het meer boeiend als het naar hun leefwereld betrokken wordt.
Levensvragen:
Tijdens de les van de twaalfjarige Jezus in de tempel werden er geen levensvragen gesteld. De meester zegt zelf dat dit binnen deze klas weinig gebeurt. Misschien komt dit ook doordat de meester enkel godsdienst geeft en de juffrouw alle andere vakken, zodat de meester niet veel in de klas is. Of misschien krijgen de kinderen niet genoeg tijd om erover na te denken en nog vragen te stellen.
In de les over geboorte werd er wel een vraag gesteld toen het kind aan het vertellen was over zijn zusje, namelijk: “ Waar komen de kindjes vandaan?” en “Hoe komen ze uit de buik?”.
Component:
Er wordt vooral aan de component ‘Verkennen van geloofstaal en groeien in en openkomen voor symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen’gewerkt. Het verhaal ‘de twaalfjarige Jezus in de tempel’ komt uit de verhalenreeks uit de Bijbel en het is een verhaal over Jezus. Dit verhaal kan ook geplaatst worden in het schema van Liturgisch en pastoraal jaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten